De toekomst moet je eerst verzinnen

Artikel/ Paula Buit met Sabine Winters

Artemis II vloog vier astronauten om de maan. Voor het eerst sinds 1972 kwamen we weer dichtbij. Het wakkerde ons verlangen aan om onontgonnen gebieden te verkennen.

Filosoof Sabine Winters onderzoekt hoe wetenschappers in de ruimtewetenschap kennis opbouwen over plekken waar nog nooit een mens is geweest zoals Mars en het diepe heelal. Hoe verbeelden wetenschappers en ingenieurs iets wat ze nooit direct kunnen waarnemen? Hoe neem je besluiten op de grens van het onbekende? Wat Sabine ontdekte, laat zien hoe je stappen vooruit kunt zetten op basis van verbeelding, richting en vertrouwen.

Voor Leonardo da Vinci (kunstenaar, uitvinder en wetenschapper) was de anatomische tekening net zo goed verbeelding als onderzoek. Hij verbeeldde zich hoe iets werkte en ontdekte daardoor hoe het echt werkte. Sterker nog, hij liet projecten half afgewerkt achter zodra hij er niets nieuws meer van kon leren. Ontdekken was voor hem belangrijker dan afronden. Vijf eeuwen later onderzoekt Sabine een eigentijdse variant op die manier van ontdekken. Maar dan in de ruimtewetenschap. Op welke manier verrijkt of beperkt je expertise de verbeelding en waar zit het kantelpunt tussen die twee?

We ontmoeten elkaar op de campus van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, waar ze filosofieles geeft. Het is net lunchtijd en de tafels in de aula zijn bezet met studenten. Druk in gesprek of aan het werk op laptops vol stickers. We vinden een plekje en in het geroezemoes vertelt Sabine over haar promotieonderzoek.

Kennis en de rol van verbeelding

Expertise helpt je verbeelding. Maar er is ook een grens. Je kunt je pas iets voorstellen als je genoeg weet. Een ingenieur kan zich een Marslanding voorstellen omdat hij snapt hoe zwaartekracht werkt. Als ik donkere materie moet verbeelden, kijk ik eerst naar Science Fiction, omdat ik geen idee heb hoe dit te verbeelden. Expertise geeft verbeelding, richting en realisme.

Maar expertise kan je ook in de weg zitten. Hoe meer je weet, hoe sneller je denkt: ‘dat werkt zo niet’. Omdat je al denkt te weten hoe het zit. Dus genoeg weten van het onderwerp om betere vragen te stellen. Maar niet zoveel dat je ze al beantwoordt voordat je begint. Sabine noemt het de sweetspot, de zone waar kennis en verbeelding elkaar raken.

Verbeelding heeft vele functies. Het kan spelen, dromen, empathie opwekken of verhalen vertellen. Maar als het gaat om nieuwe kennis dan begint het pas te werken waar het bekende ophoudt. Waar een inzicht kan ontstaan. Daar begint iets nieuws.

In de ruimtevaart weten ze wat het is om met het onbekende te werken. “Wat voor veel mensen nog abstract of ver weg voelt, is in de wereld van technologie al heel concreet,” vertelt Sabine. “Denk aan het gebruik van lokale grondstoffen op de Maan of Mars. Gezeefd maanzand kan bijvoorbeeld met 3D-printtechnologie worden omgezet in bruikbare toepassingen, zoals landingsplatforms of onderdelen voor motoren en robotarmen, in plaats van alles vanaf de aarde mee te nemen. In organisaties voor ruimteonderzoek werken teams dagelijks aan scenario’s voor situaties die nooit eerder zijn voorgekomen. Geen vaste sjablonen hier; zo gaan we het doen. In het bedrijfsleven lijkt toekomstdenken soms wel op een template: dit zijn de vaste stappen die we doorlopen bij een scenario-ontwikkeling. In de ruimtevaart sturen ze op de condities die verbeelding mogelijk maken. “Geen hiërarchie is heel belangrijk bij verbeelding”, vertelt Sabine. “Iedereen doet mee. Studenten, postdocs, managers, wetenschappers voelen zich vrij om hun gedachten te delen in de zoektocht naar inzichten. Juist de simpele, naïeve vragen zijn soms zo goed in het openen van nieuwe richtingen. Vragen die je alleen stelt als het veilig voelt. Sociale veiligheid is de basis. En verbeelding ontstaat niet in één perspectief. Maar in vele perspectieven, door beelden die botsen en verschillen. Theater, kunst, film helpen om meerdere werkelijkheden te leren zien. Om los te komen van wat we denken dat ‘logisch’ is. Hoe meer verschillende perspectieven hoe beter. Dat helpt het verbeeldingsvermogen. Tegelijkertijd is er altijd sprake van een aantal beperkingen en eisen; hieraan moet je voldoen. Dat zorgt ervoor dat de verbeelding landt in de werkelijkheid.

Er is natuurlijk ook een andere kant. Verbeelding kan je ook vastzetten in verhalen die niet kloppen. Het is waardevol voor het openen van denkrichtingen die je ook weer moet durven loslaten. Echte scherpte ontstaat als je het toetst. Dingen zeker weten op basis van wiskunde, data, pilots of experimenten. Bij het lanceren van een satelliet wordt alles doorgerekend. Alle scenario’s die fout kunnen gaan, worden bedacht, getest en uitgesloten. Tot er een paar overblijven. Dat zijn de risico’s die je accepteert. En dan ga je. De lancering zelf vertelt of het werkt.

Afantasia

“Niet iedereen ziet beelden in zijn hoofd”, vertelt Sabine. Dat heeft ze ontdekt door haar vele interviews met wetenschappers. Sommigen kunnen heel sterk visualiseren. Engineers die elk detail voor zich zien, bijna tastbaar. Anderen zien helemaal niets. Geen intern visueel beeld of mentale film hoe iets zou zijn. Dat heet afantasia, 1-5% van de bevolking heeft dit. Wat is dan precies verbeelding? Wat train je als je verbeelding traint? Het is geen plaatje in je hoofd. Mensen denken met hun handen, door middel van modellen of taal. Verbeelding is een manier om de werkelijkheid te benaderen, te onderzoeken, te begrijpen. Zowel de ingenieur die alles visualiseert als degene die helemaal geen beelden ziet, overschrijden de grens van het bekende. Het heeft meer met een manier van denken te maken dan een houding die je cultiveert. Hoe leg je verbanden, onderzoek je mogelijkheden, bouw je scenario’s op? Dat is niet afhankelijk van letterlijk beelden zien.

Verbeelding is dus geen beeld in je hoofd. Het is hoe je vooruitdenkt waar je nog niets zeker weet. Niet alles hoeft zeker te zijn. Maar het moet wel kloppen waar het telt. En op dat punt moet je durven gaan.

Vooruitgang gaat over de durf en het besluit:
dit is genoeg om te gaan

Dit artikel komt uit Blikverruiming 03, het jaarlijkse mini-magazine.